14.04.26

De iep: verleden, heden en toekomst

Al eeuwenlang maakt de iep (Ulmus) deel uit van het Nederlandse landschap. Als stadsboom werd hij vanaf de 18e eeuw in Amsterdam aangeplant, waar hij de linde verdrong dankzij zijn grote weerstand tegen hitte, droogte, verzilting van de bodem en zeewind. Ook buiten de stad werd de iep aangeplant vanwege zijn hoge houtkwaliteit. Plantlocaties als lanen, dijken en buitenplaatsen waren hierbij favoriet.

In de 20e eeuw veranderde dit beeld drastisch. Een uit Azië afkomstige schimmel bij iepen, verspreid door de iepenspintkever, zorgde voor massale sterfte; tijdens de eerste golf in de jaren ’30 ging circa 60% van de Nederlandse iepen verloren.
De kever legt eitjes onder de bast, waar de larven zich een weg vreten onder de schors. Bij het verlaten van de boom vreet de kever zich naar buiten en kan schimmelsporen meenemen naar een volgende boom waardoor groepen bomen snel besmet raken.

De Nederlandse bioloog (plantenziektekundige) Bea Schwarz (1898–1980) en de Nederlandse onderzoekster (mycoloog en plantenziektekundige) Christine Buisman (1900–1936) beschreven de ziekte als eersten, wat ertoe leidde dat de ziekte internationaal de naam ‘Dutch Elm Disease’ kreeg.

Vanaf het eind van de jaren ’30 startten wereldwijd kweekprogramma’s om resistente soorten te ontwikkelen. Aziatische iepen vormden vaak de basis, gekruist met westerse soorten. Hieruit kwam de Resista-lijn voort.

Hans Heybroek (1927–2022) was een Nederlandse botanicus die zich gedurende zijn werkzame leven op de iep richtte. Hij speelde een centrale rol in het Nederlandse veredelingsprogramma tegen de iepziekte. Zijn onderzoek richtte zich op het kruisen en vermeerderen van resistente iepensoorten. Dit leidde tot cultivars als ‘Commelin’, ‘Groeneveld’, ‘Lobel’, ‘Plantijn’, ‘Clusius’, ‘Dodoens’, ‘Stavast’ en ‘Columella’.

In Wisconsin bracht een team onder leiding van Eugene Smalley onder andere ‘New Horizon’, ‘Rebona’, ’ Rebella’ en ‘Fiorente’ voort welke bewezen resistente soorten zijn, verhandeld onder de groep Resista-iepen.

Vandaag de dag speelt de ziekte nog altijd een rol, vooral bij vatbare soorten als Ulmus x hollandica ‘Belgica’ en Ulmus minor. Gevelde exemplaren worden steeds vaker vervangen door resistente varianten, waardoor de iep zijn plaats in het landschap geleidelijk herovert.

Dank aan Boomkwekerij Ebben voor hun hulp bij deze bijdrage.

Bijschriften afbeeldingen:

  1. Iepen bij Groenburgwal – Amsterdam, zicht vanaf de Amstel op de Zuiderkerk, Willem Wenckebach 1898-1907 (Stadsarchief Amsterdam010194001062)
  2. Iepen op De Parade – Den Bosch, Ulmus ‘Rebona’ 2024
  3. Iepen aan de Westwal, Den Bosch, Ulmus ‘New Horizon’ 2023
  4. Hans Heybroek op proefstation de Dorschkamp – Wageningen, 1984 Bron: Gmihail, via Wikimedia Commons (CC BY-SA 3.0)
  5. Grote iepenspintkever met larve (Scolytus scolytus)